vrijdag 11 juni 2010

Als een smeagol in de nacht

Smeagol, wie of wat is dat ook alweer?
Misschien ben je een enorme Lord of the Rings-fan en weet je gelijk dat ik het over dat schizofrene wezen  heb met een paar plukjes haar over zijn hoofd geplakt. Hij is nou niet echt moeders mooiste.

P. had het over het 's nachts naar binnen sneaken van zijn huis om daar een briefje voor zijn moeder neer te leggen dat hij ergens anders zou blijven overnachten, anders zou ze natuurlijk gelijk alle tv-programma's bellen waar er naar dierbaren wordt gezocht en de hele studio wordt verdronken met tranen en waar iedereen zijn of haar oren er bijna af vallen door het oergeschreeuw van de mensen die elkaar weer in de armen vliegen. Maar hoe glipt P. 's nachts zijn huis binnen?
''Als een smeagol in de nacht.''
Onze nachtbraker sluipt rond een uurtje of drie, vier, het huis binnen,  waar hij zijn dierbare briefje neer legt. Plots verliest hij 50 % van zijn gewicht, vervormt zijn hoofd zodanig dat ie op een oud mannetje lijkt die een mislukte kikkermetamorfose heeft ondergaan.Hij wil zijn briefje niet meer neerleggen en blijft een uur in de keuken staan om afscheid te nemen van zijn 'precious'. Ineens hoort hij iemand van de trap af komen, streelt zijn kostbare briefje en geeft het nog een laatste kus. Met tranen in zijn ogen neemt hij vervolgens stappen terug, ondertussen met een liefkozende blik handkusjes uitdelend aan zijn dierbare papiertje. Dat papiertje betekent namelijk veel meer voor hem dan wij kunnen bedenken. Als hij de deur uit is gelopen, verandert zijn houding van liefdevol naar agressief; zijn alter ego is opgestaan. Hij beukt de deur open en bespringt zijn moeder, die het briefje zojuist aan het lezen was.
In paniek pakt ze het dichtstbijzijnde voorwerp wat ze pakken kan: een sladroger. Daarmee ramt ze een paar keer hard op het tere schedeltje van het lelijke mannetje en haar zoon komt weer terug. Opeens lijkt hij weer op een echte jongen van vlees en bloed en bedenkt zich wat hij aan het doen was. 'Hé euh, ik ga bij Pietje pitten. Yoooo! Wat zit je me nou raar aan te kijken?'

maandag 26 april 2010

Barpoes

Het is zondagmiddag en zoals altijd komt er wat familie onze koffiepads en theezakjes opmaken. Natuurlijk horen daar ook de nodige diepgaande gesprekken bij, waar ik dan sociaal verplicht even bij moet gaan zitten en moet doen alsof ik het heel interessant vind wat er allemaal voor nutteloze informatie wordt gedeeld. Zo ving ik bijvoorbeeld een gesprek op tussen mijn vader(Rob) en mijn opa(Jan), dat over een poes ging die altijd op de bar zat in het hotel waar grootvader een paar dagen in verbleef toen hij op vakantie was:

Jan: 'En dan 's morgens zit de poes al om half 9 op de bar.'
 'Barpoes' aldus Rob, met een grijns.
Waar Jan niet op reageert.
'Ja en dan ging ik 's morgens kijken of hij er al zat, die dikke kater. En dan kwam er een vrouw aan en die zei: ''Meneer, we gaan pas om 9 uur open hoor!'' En toen zei ik: ''Mevrouw, ik kom niet om wat te drinken, ik kom voor de poes!''

Er zat niks anders op dan maar beleefd mee te lachen.





zondag 4 april 2010

Re-ode aan Wietbos




Ook jou moet ik bedanken. Dat je het zo waardeert dat ik je kennis heb laten maken met meloenthee, wat volgens jou onder de naam limoenthee door het leven ging. Dat je me zaterdag, met jouw ode aan mij,  met tranen in mijn ogen, ondertussen raar aangestaard door onze bellende collega's in het callcenter omdat ik zo hard aan het lachen/huilen was, stuk hebt laten gaan. Dat jij net zo hard kunt lachen om een achternaam die niemand wenst te hebben, maar waarmee die mensen zich toch altijd moeten voorstellen. Iemand hoeft maar de telefoon op te nemen met 'Hallo, met meneer Kwakkel' en wij vegen de tranen uit onze ogen terwijl we over de grond rollen.
Dat je gewoon zonder schaamte met mij over straat durft te lopen, ook alsof iemand mij met een pistool op mijn hoofd gericht, gedwongen heeft om me belachelijk te gedragen omdat hij of zij me anders door mijn hoofd schiet. Dat jij dan gewoon mee doet. Wat ik me wel eens afvraag is of je dat uit medelijden met mij doet, of omdat je denkt dat ik jou anders door je hoofd schiet.
Dat we ons, ook al hebben we helemaal geen bijzondere plannen, toch altijd vermaken. Dat we midden in de nacht lopen te stuiteren als Bassie en Adriaan op speed, terwijl de rest half ligt te slapen.
Dat je, op die ene vroege morgen op Utrecht Centraal, 5 kwartier met me gewacht hebt om onze smaakpapillen kennis te laten maken met verse Starbucks-vloeistoffen. Het was het waard.
Dat je de enige bent die met me over straat zou kunnen lopen met Frank Sinatra-muziek dat hardop uit mijn telefoonspeakertje komt en waar we ons dan helemaal op uitleven alsof we auditie moeten doen voor een van zijn videoclips uit de vijftiger- en zestiger jaren, alleen dan de limited versie: zonder wandelstok.
Dat we nog STEEDS kunnen lachen om alle dingen die we een halfjaar geleden ook al hilarisch vonden en er nog steeds grappen om maken die andere mensen niet snappen.
Dat je me nog STEEDS serieus neemt. Geen omschrijving nodig.
Dat we, na een week met elkaar op vakantie te zijn geweest, nog STEEDS met elkaar uithangen.
Dat je me al die dagen die we tot nu toe samen hebben doorgebracht, je vriendschap en vertrouwen hebt gegeven.
Dat je gewoon een fucking ode aan me hebt geschreven.
Daarom schrijf ik nu een re-ode aan jou, ook al past 'ie niet bij mijn blog.

En dat laatste kan me op dit moment eigenlijk vrij weinig schelen.

donderdag 18 maart 2010

Uitlubberen

Ik kom thuis, ik tref moeder de vrouw bellend bankhangend aan.
Ik graai een pak drinken uit de koelkast en hoor:
 'Nou, ik ga ophangen, dan kun jij lekker uitlubberen.'
Vraag jezelf op dit moment maar niet af wat er in mijn hoofd om ging.
Waarschijnlijk hetzelfde als wat er nu door jouw hoofd heen flitst.
Verschrikkelijke beelden.
Ik hoop dat je nog kunt slapen vannacht, het spijt me.

zondag 7 februari 2010

Schijtzwangere vogels

Nog steeds op dezelfde verjaardag. Verjaardagen zijn goede bronnen voor het opvangen van hilarische opmerkingen.
Mijn opa en oma hebben een volière in hun prachtige tuin, waar mijn opa met liefde over vertelt:
'.. en er zijn een paar vogels schijnzwanger!'
Vader denkt grappig te zijn, wijst naar onze irritante, niet-tamme kloteparkieten en kraamt uit: 'Deze hier zijn schijtzwanger!'
Hij lacht, kijkt om zich heen om te zien wie het heeft gehoord en herhaalt het dan nog een keer, omdat mijn oom het niet gehoord had.
Ik zal proberen om het beeld te beschrijven wat ik toen voor mijn ogen kreeg:
De vogels zitten rustig in hun kooitje en worden langzaam steeds dikker en dikker. Ze kakken niet, want die kak verzamelt zich gewoon in hun buik. Op het gegeven moment verliezen ze vruchtwater en gaan ze op hun rug liggen. Puffen maar met die handel, hup één, twee, drie! Na een paar uur komt er een groot bolletje bruine zooi uitrollen en de vogels kunnen weer lekker doorvliegen in hun enorm grote kooi, 30 bij 30 centimer vliegruimte, jaja! En deze mooie gebeurtenis herhaalt zich elke week.

Vroege vogel

Op een grauwe zondag in februari vierde mijn broertje zijn verjaardag.
Vanmiddag dus, maar ik vond het leuker om die zin in de verleden tijd te zetten
Opa deelt mee: 'ik heb van de week voor het eerst een beurt gehad.'
Mijn oom reageert: 'Zo, daar ben je dan wel lekker laat mee!'
Hij snapte waar ik om lachte en lachte na zijn eigen opmerking nog tien keer zo hard.
De rest van de familie keek ons aan alsof we van planeet Pluto kwamen.

Hij voelt zich net een boom in de winter

N. is moe.
We zijn op school.
Ik loop de trap op, hij sjokt achter me aan.
'Kom op jochie, je kunt het wel. Is het zo zwaar?'
Stap voor stap, zucht na zucht, komt hij uiteindelijk toch boven.
'Als ik zo vroeg op moet staan, voel ik me net een boom in de winter.
Kaal en zonder bladeren.'
1: hij heeft nog genoeg haar op zijn hoofd, geen kalend plekje te zien.
2: ik snap best dat hij graag op Treeman wil lijken, maar hij heeft geen ledematen die eruit zien als takken. Misschien heeft hij wél ergens bladeren op zijn lichaam die hij verbergt in het openbaar. Als ik ooit een glimp van die bladeren te zien krijg, dan pas zal ik weten dat zijn opmerking terecht was.
Maar voor nu staat mijn standpunt vast: N. is géén boom.
Bestaan er ook testen om te testen of je eigenlijk een boom bent?